Gefeliciteerd, met alles :)
Kroniek
Dit stuk stond voorheen op kronkels.net, waar ik anoniem columns en hersenspinsels plaatste, maar steeds opener werd. Na zeven jaar leek het me leuk weer wat te schrijven. Maar dit was ook meteen mijn laatste stuk daar. Een paar jaar later heb ik die website offline gehaald.
Zeven jaar. Een kwart van mijn leven heeft zich afgespeeld sinds mijn vorige stukje op deze schijndode site. Wat is er zoal gebeurd?
Ik ben gestopt als columnist, ik ben voornamelijk in Europa gebleven, ik ben de kreeft gebleven die ik altijd was, ik ben mezelf beter gaan leren kennen, ik stuur nog steeds geen kerstkaarten, mijn oorspronkelijke idee is geflopt, ik drink nog steeds koffie, ik heb nog geen behoefte aan trouwen, ik doe nog steeds niet aan visitekaartjes, ik ben afgelopen jaar bijna 15 kilo afgevallen, zo nu en dan draag ik zonnebrandcrĂšme, ik fiets nog steeds, ik draai geen kantinedienst meer voor m'n clubje en ik heb de stekker getrokken uit onze tweedehands kledingwinkel.
Waarom nu opeens een update? Al een paar jaar rond 29 mei krijg ik weer de behoefte om te schrijven, maar steeds lukte het me niet. Via Twitter en Facebook kon ik al genoeg onzin delen met de wereld, dus echt nodig was het ook niet. Maar ergens dit jaar kreeg ik het idee om met Twitter te stoppen. Bij 10.000 tweets vond ik het mooi geweest. Wellicht dat ik er ooit weer mee start, maar voorlopig vind ik het wel best zo. Dus, zeven jaar samengevat in één zin met referenties naar gedachtegangen van een eeuwigheid terug. Dat kan toch nooit alles zijn? Tussen de regels door is er nog het een en ander gebeurd inderdaad. Normaal ben ik niet iemand die in het verleden leeft, maar om de titel van dit stukje eer aan te doen, hieronder enkele highlights, zodat ik daarna de rode draad weer kan oppakken. Details zullen hier en daar vast en zeker ontbreken.
In 2005 ben ik, na drie jaar te hebben uitgezeten en de finish in zicht te hebben, gestopt met mijn opleiding. De eindpresentatie van mijn laatste stage werd niet helemaal goedgekeurd en er werd gesteld dat ik in de zomervakantie een herkansing mocht doen. Ik weet niet of het lag aan het feit dat ik geen pak droeg, maar ook de presentatie van dit gedrocht kwam niet door de ballotagecommissie. Na wat overleg met onze begeleider kwamen we gelukkig tot een compromis: als we de volgende periode gewoon bij zijn bedrijfje stage kwamen lopen, was het goed. Chantage? Ik weet het niet, maar deze oplossing kon wat mij betreft snel verdampen. Volgens mij heb ik meteen die dag besloten dat ik zelfs met een papiertje later niet in zo'n zakenwereld wilde verkeren. En waarom zou je dan je bewijsje van goed gedrag halen? Misschien een verkeerde keuze, maar ik ben zonder pardon en terugkijken gestopt. M'n moeder, vrijheidsstrijdster pur sang, stond achter me, vierkant. Rondhangen in ons toen nog kleine winkeltje is wat ik de rest van het jaar deed. Via zelfstudie, waar ik al een aantal jaar mee bezig was, werkte ik de plannen voor mijn eigen CMS verder uit. In november ging de nieuwe website van mijn badmintonvereniging online, gebaseerd op dit systeem.
In 2006 begon ik echt met freelancen. Tom van Info.nl uit Amsterdam was blijkbaar onder de indruk van de broncode van mijn sportclub en nodigde me uit voor een project voor Volkskrant Banen. Na wat inwendig gesteggel over mijn uurtarief (ik wilde te weinig, aangezien ik geen papiertje had, onzeker was over mijn kunnen en niet veel nodig had) begon ik aan mijn grootste en spannendste project tot dan toe. Naast Volkskrant Banen heb ik dat jaar voor Info.nl nog wat klussen gedaan en ook met mijn eigen software heb ik wat kleine klantjes binnengehaald. Pas een jaar later heb ik mijn freelance uurtarief iets verhoogd, na uitlach- en aanmoedigingssessies van wat concullega's.
In 2007 werd Fronteers opgericht. Begin dat jaar riep Peter-Paul (ppk), die ik sinds 2004 kende, een paar webbedrijven en freelancers bij elkaar om zijn plannen voor een vereniging te delen. Ik zat bij die eerste lichting en heb vanaf het begin alle discussies meegemaakt. Al snel werd duidelijk dat er behoefte was aan een vakvereniging voor beoefenaars van front-end web development. Ik nam de website en daarna de ledenadministratie voor mijn rekening en ondertussen zijn we vijf jaar verder; met zo'n 450 leden een redelijk succes. In dat jaar werd ik ook benaderd door Ahold en heb ik mee mogen werken aan Albert.nl en de migratie van de webwinkels. Qua hoeveelheid verschillende klanten en facturen was 2007 mijn topjaar. Slechter was het voor de winkel. In januari werd er ingebroken en werd de laptop van mijn moeder gejat. Een oud ding (die laptop) met maar één nadeel; geen backups. Jaren werk armer en een hoop frustratie en achterstand rijker. Door die tegenslag besloot mijn moeder werk en gezin weer bij elkaar te willen brengen. Mijn vader, die niet bij ons woonde, maar waar ik wel regelmatig contact mee had, vond het toen tijd om mijn moeder te helpen met de winkel en de verbouwing. De tweede en derde verdieping werden erbij gehuurd voor mijn moeder, broertje (Martijn) en zusje (Maaike). Een deel van het huis aan de Grasmeent werd tijdelijk verhuurd, na eerst een hele tijd te koop te hebben gestaan. Ik had al een tijdje een inschrijving bij Woningnet. De tijd was rijp om uit te vliegen.
In 2008 ben ik uit huis gegaan en samen gaan wonen met mijn eerste vriendin, waar ik toen een paar jaar wat mee had. In het begin van het jaar heb ik het wat rustiger gedaan qua werk, zodat ik samen met m'n vader ons (huur)huisje licht kon verbouwen. Ik had wat geld opgespaard het jaar ervoor. Ik besloot ook penningmeester te worden van Fronteers, vooral omdat niemand anders zich geroepen voelde; ik deed de ledenadministratie al, dus waarom niet. In september hielden we het eerste Fronteers congres in Pakhuis de Zwijger. Qua sprekers, bezoekers en sfeer een redelijk succes, maar qua geld totaal niet; de vereniging ging er bijna aan ten onder. Een leerzame eerste periode als penningmeester dus. Mijn grootste freelance klus dat jaar was AH Wijndomein.
In 2009 hield ik me, naast kleine projecten en eigen sites vooral bezig met de nieuwe sites van Gall & Gall en Etos. De kledingwinkel was op dat moment al uit haar voegen gegroeid en de huur was evenredig omhoog gegaan. Aangezien mijn eigen leven vrij simpel was ingericht en ik niet veel kosten had, ging al het geld dat ik extra verdiende naar onze winkel. Liever investeren in het geluk van mijn moeder dan het weggooien onder het kopje belasting, is wat ik altijd dacht en zei. Zij had meer dan 20 jaar geld en energie gestoken in mijn opvoeding; waarom zou het niet eens andersom kunnen? Mijn geld werd nuttig besteed en ik kon ruim leven wanneer ik dat wilde. Een perfecte combinatie. Met het tweede congres van Fronteers ben ik me wat meer gaan bemoeien. Mede door de bekendheid van onze vereniging en de tijd en energie die ppk in het congres stak, werd het dit jaar wel een doorslaand succes en verkochten we uit in Felix Meritis, met 300 bezoekers. ppk gaf hierna aan dat dit zijn laatste vrijwillige congres was. Aan het eind van het jaar werd ik benaderd om Royal Lanzarote in mijn CMS te ontwikkelen. Ondertussen is dat idee uitgegroeid tot zo'n 30 verschillende bestemmingen, waar ik voorlopig nog amper geld mee verdien.
In 2010 kreeg ik de kans om mee te werken aan Appie, een scrum project met een onduidelijke doorlooptijd. In februari waren we nog op vakantie geweest en toen werd pijnlijk duidelijk dat het niet meer liep tussen ons. Onverwerkte gevoelens, onzekerheid en jaloezie van mijn kant, gecombineerd met een depressie waar zij al wat jaren in hing. Ik hakte de knoop door voor ons allebei. Een keuze die zij nooit zou hebben gemaakt, gezien ons verleden. In maart, een week nadat ik bij Appie begon, gingen we uit elkaar. Ik stortte me vier dagen per week op deze stressvolle klus met politiek aan alle kanten en werkte in de overige drie dagen veelal gratis voor kleinere klanten en vrijwillig aan Fronteers. Het congres beloofde dat jaar, zonder de hulp van ppk, een enorme kluif te worden. We wilden groter en beter, maar vooral ook bewijzen dat het zonder ppk ook zou lukken, simpelweg door het werk goed te verdelen binnen een commissie en het leuk en behapbaar te houden voor iedereen. Ik leefde een aantal maanden op een recept dat mijn vader al jaren staande hield; salades en rauwkost. In juli al zag ik dat ik overwerkt ging worden dat jaar en besloot ik mijn maandelijkse badmintonbardienst per volgend seizoen op te zeggen. De keren daarvoor liet ik me vaak al overnemen door iemand anders, om zelf in slaap te vallen op de bank in de hoek. Eind juli tijdens een korte zeilvakantie met lange gesprekken met mijn vader laadde ik weer wat op, om daarna weer door te gaan met de ratrace. Door een zwanger commissielid leek het congres van 2010 vooral op mijn schouders te gaan rusten qua organisatie. Het werk goed verdelen bleek een utopie, misschien door mijn drang naar perfectie. Mede door de hulp en het oplossende vermogen van Martijn bleef ik overeind in de laatste weken. Nadat we in oktober in Pathé Tuschinski uitverkochten en 450 bezoekers welkom heetten was de toon voor de volgende jaren gelukkig gezet. Ook bij ppk begon het weer te kriebelen en hij besloot zich weer aan te melden voor 2011. Daarnaast had hij nog een plan voor een ander, commercieel congres, gericht op het mobiele web: Mobilism. Hij vroeg mij of ik hem wilde helpen en we begonnen samen een bedrijfje voor het organiseren van congressen en workshops in Amsterdam. In de koude decembermaand zocht ik genegenheid bij mijn teammaatje, wetende dat ik eigenlijk nog niet over mijn vorige relatie heen was en niet op zoek was naar een nieuwe. Iets wat ik voor mijn gevoel ook duidelijk uitte naar haar.
In 2011 had ik inmiddels een aardige achterstand met mijn eigen klantenbestand opgebouwd. Appie ging als een dolle door en pas in april kreeg ik de rust om mijn andere achterstallige werk weg te werken. In mei vond vervolgens Mobilism plaats, wat een enorm succes was voor zo'n eerste keer. Meteen daarna ben ik een maand met de trein, een rugzak en twee vrienden door Europa gaan reizen. Door de nieuwe energie en inzichten die ik daar kreeg, durfde ik het uit te maken. Ik had me te snel aangepast aan deze nieuwe situatie en was mezelf verloren. Zij had zich aan die persoon gehecht, ik wilde weer alleen zijn. Vrij snel daarna gaf ik bij Appie aan naar drie dagen per week te willen, wat ook makkelijk kon. Via een collega kwam ik bij de boeken The 4-Hour Body en idem Workweek terecht. Dat eerste boek zorgde ervoor dat ik ondertussen bijna 15 kilo kwijt ben en me fitter dan ooit voel, vooral door wat veranderingen in mijn eetpatroon. Dat tweede boek bevestigde wat ik al een tijdje wist. In november besloot ik te gaan stoppen bij Appie. Ik was freelancer geworden om een reden, niet om alsnog verkapt loonslaaf te zijn. Mijn verslaving aan de enige realiteit in mijn leven, onzekerheid, kwam weer terug. In theorie wist ik wat dit betekende voor de winkel. Ik wist voor welke bedragen ik iedere maand een factuur stuurde en ik wist hoe relatief weinig ik daarvan zelf gebruikte of naar mijn spaarrekening schoof. Na overleg met mijn moeder, die weer achter mijn keuze stond, begon ik met afbouwen. Ik had het gehad met geld en gaf ook bij Fronteers aan geen penningmeester meer te willen zijn. Op oudejaarsavond voorspelde ik, op dat moment nog via Twitter, dat 2012 een interessant jaar ging worden.
In 2012, op 10 januari om precies te zijn, stopte ik bij Appie. Ik stuurde mijn laatste twee facturen en vertelde mijn moeder dat die voor mezelf waren, als buffer voor de komende tijd. Ik had twee jaar lang nieuwe projecten afgeslagen, liep misschien wel achter qua kennis en had geen idee hoe snel ik weer iets nieuws zou vinden. Onzekerheid. Precies wat ik wilde. Misschien wel met een laptop op reis, onderweg werken? Simpelweg slapen in Nederland kost me al bijna 20,- per nacht, dus waarom zou ik dat niet ergens anders kunnen doen? Mijn moeder, die al een aantal jaar ook haar eigen administratiekantoor aan het afbouwen was, maakte de balans op. Wat betekende die door mij gestremde kruiwagen met geld, die iedere maand de bodemloze put tevergeefs vulde, voor de toekomst van de winkel? De cijfers maakten het zo inzichtelijk dat ze er zelf van schrok. Al een jaar lang was de huur niet betaald. Zelfs mĂ©t mijn hulp was het niet gelukt om uit de schulden te blijven. Niet dat de winkel zelf geen omzet maakte, maar de kosten waren gewoon te hoog. Personeel, huur, gas, licht, de investering in een cafĂ©; alles bij elkaar financieel gezien een hopeloze onderneming. Zelfs mĂ©t mijn hulp was me niet gelukt wat Ăk wilde; mijn moeder, broertje en zusje gelukkig zien. De complexiteit van het pand veroorzaakte eerder een hoop spanning dan wat anders. En het feit dat ik voor een groot deel geldschieter was, zorgde ook voor een verkeerde relatie met ze. Op 31 januari barstte de bom na een ruzie met m'n moeder. Ik besloot in Almere Haven, aan een bevroren strand middels tranen die datzelfde lot te wachten stonden, door te gaan met ademen en me zakelijk niet meer te bemoeien met de winkel. Loslaten. EĂ©n van m'n betere beslissingen dit jaar. Het weekend daarop deed ik mee aan een badmintontoernooi in Rotterdam. Nog zo'n goede beslissing. Toen ik terugkwam bij de winkel hing het voor de ramen: 'Leegverkoop'. Eind april werd de winkel definitief gesloten. Gelukkig vond mijn moeder in de weken daartussen de kracht om een doorstart te maken, als stichting. Voor het eerst in al die tijd is ze los van mij en kan ze zelf weer gaan ondernemen. Martijn en Maaike kunnen ook eindelijk zelf de keuze gaan maken; mee terug verhuizen naar de Grasmeent of zelf wat gaan zoeken. Het zal niet makkelijk voor ze worden, maar het is wel het best voor iedereen. Ikzelf ben nog steeds aan het genieten van de rust die ik heb nu. Iedereen vraagt me of ik vakantie heb, wat mijn plannen zijn, hoe ik het verder aan ga pakken. Ik zie het wel. Ik ga weer rustig afwachten tot er werk mijn kant op komt en tussendoor meehelpen met congresjes organiseren. Geld lijkt gelukkig oneindig aanwezig in deze wereld; je moet het gewoon niet allemaal nodig willen hebben.
En over dat toernooi in Rotterdam... Ik werd ingedeeld in een team met vier onbekenden en één bekend gezicht. Dat van een meisje uit Amsterdam waar ik al een aantal jaar competitie tegen speelde. Gelukkig herkende ze mij ook, waardoor we naar elkaar toe trokken dat weekend. We vertelden elkaar alles wat los en vast zat, niet wetende dat dit onze eerste date was. De vonk sloeg over, duidelijk merkbaar voor iedereen om ons heen. Klik na klik werkten we af, nog steeds allebei met het idee dat we blij waren met ons leventje zoals het ging, alleen. Die zondag in de trein terug richting Amsterdam wist ik wat me te doen stond; haar nummer vragen. Als ik dit gevoel zou negeren, zou ik een eikel zijn. Thuisgekomen zonder nummer wist ik wat me te doen stond; haar e-mailadres vinden. 's Nachts typte ik de laatste regel van mijn drie regels tellende mail. Rond 10 uur de volgende dag kreeg ik er eentje terug, met lievere inhoud dan ik me had voorgesteld. Een dag later hadden we onze eerste geplande date. Ondertussen zijn we vier maanden verder en ben ik nog steeds smoorverliefd. Ik plan het liefst zo min mogelijk, maar ik hoop dat ik nog een hele tijd in haar planning pas.
K.